Het is spektakel op Zuid
Zuid is het IJslanderevenement dat je niet wilt missen
De levensloop van een IJslands paard
Fokkerij
Al meer dan 1000 jaar worden IJslandse paarden zuiver gefokt. In Nederland en andere Europese landen wordt de raszuiverheid beschermd door stamboekregistratie. In het Nederlands Stamboek voor IJslandse Paarden (NSIJP) hebben alle raszuivere IJslanders een stamboekpapier. Fokdoel en selectiecriteria zijn in internationaal verband bepaald. De hengsten zijn in particulier bezit, maar worden wel ter dekking aangeboden. Binnen de IJslanderfokkerij ligt de nadruk op een zo natuurlijk mogelijke gang van zaken. Het is de gewoonte dat merries bij de hengst geweid worden. Met de natuurlijke dekkingen worden drachtigheidspercentages bereikt van rond de 70. Veulens komen meestal zonder hulp van dierenartsen in de wei ter wereld.
Opfok
IJslandse paarden zijn laatrijp en kennen dus een lange jeugd, die ze in alle vrijheid in de natuur doorbrengen. Door de soberheid en winterhardheid kunnen de paarden zich het hele jaar door in natuurgebieden goed redden. Daarom zijn op verschillende plaatsen in Nederland jonge IJslanders ingezet bij zogenaamde begrazingsprojecten, onder toezicht van natuurbeschermingsorganisaties. Merries en hengsten gescheiden grazen een gebied af zodat de oorspronkelijke flora weer een kans krijgt. Zo gaan natuurbeheer en opfok hand in hand. Gehard door weer en wind en gespierd door het vele spelen kunnen de jonge paarden opgroeien zoals dat ook op IJsland gebeurt. Op deze manier zijn ze optimaal voorbereid op hun leven als rijpaard als de eigenaren ze drie jaar later weer naar huis halen. Het opgroeien in kuddeverband vormt hen tot sociale paarden. Van jongs af aan leren ze dominantere paarden te respecteren en ernstige conflicten te vermijden. In de wei wordt wel eens gevochten, maar zodra de paarden aangebonden staan om te worden opgezadeld, staan ze vredig te wachten. Ook tijdens het rijden in groepsverband komt het zelden voor dat IJslanders naar elkaar slaan of bijten.
Training
IJslanders worden pas op vier- à vijfjarige leeftijd ingereden. Dan pas zijn ze voldoende ontwikkeld om fysiek (en mentaal) te worden belast. Echt volgroeid zijn ze pas met zeven à acht jaar. In grote lijnen komt de basisafrichting neer op hetzelfde werk als met andere rassen: longeren, zadelmak en bitwijs maken. Jonge IJslanders worden vaak als handpaard meegenomen op buitenritten. Zo kunnen ze wennen aan het werk, met een vertrouwd en volleerd voorbeeld naast zich. IJslanders zijn in het algemeen weinig schrikachtig en het inrijden levert doorgaans weinig problemen op.
Aanvankelijk wordt het paard ingereden op zijn voorkeursgangen. Dit kunnen stap, draf en galop zijn, maar evenzogoed kan een IJslander het gemakkelijkst tölt of telgang lopen. Een paard dat bij voorkeur draaft moet ‘ingetölt’ worden. Ook dit gebeurt weer op een zo natuurlijk mogelijke manier. Hierbij wordt soms gebruikgemaakt van springschoenen, hulpteugels of corrigerend hoefbeslag, maar in hoofdzaak komt het aan op een goed ontwikkeld rijgevoel, coördinatie en deskundigheid van de ruiter. Diverse professionele trainers in Nederland hebben zich toegelegd op het inrijden van IJslanders en op het uitbouwen van de gangen.
Onderhoud
IJslanders zijn echte kuddedieren. Hoewel ze niet allemaal hun jeugd doorbrengen op een begrazingsterrein, worden de meeste in kuddeverband gehouden. Hierdoor worden sociale vaardigheden ontwikkeld, want in de weide heerst een rangorde. Een alleenstaande IJslander blijkt vaak tekenen van vereenzaming te vertonen. Bij gebrek aan een tweede paard kan men andere dieren (geiten of schapen) als gezelschap geven.
IJslanders zijn robuuste paarden, die in onderhoud en verzorging minder eisen stellen dan de meer gedomesticeerde paardenrassen. Ze kunnen in het algemeen met minder voer toe omdat hun efficiënte verteringssysteem van oorsprong gewend is aan ruw voedsel met weinig voedingswaarde. Het grootste probleem in onze Hollandse zomerweiden is dan ook meestal de dieren slank houden. IJslanders staan dicht bij de natuur en hebben veel bewegingsvrijheid en frisse lucht nodig. Voor de doorbloeding en verzorging van de huid rollen ze geregeld. Ze staan absoluut beter op een (niet te natte) wei dan in een chique binnenbox.
Opvallende kenmerken van IJslandse paarden zijn de zware wintervacht, manen en staart: de natuurlijke jas. Hierdoor kunnen ze in ons land het hele jaar door buiten gehouden worden, mits er voldoende beschutting is tegen al te hevige regen, storm en hitte. Wanneer de dieren buiten staan, is het scheren of uitdunnen van vacht, manen en staart uit den boze. Het beerachtige uiterlijk geeft hem ook een stoere schoonheid, die bij dit paard past.
Het ras staat bekend als gezond en sterk. De harde, natuurlijke selectie op IJsland heeft een taai paard opgeleverd, dat goed bestand is tegen allerlei ziekten. Een vervelende aandoening is zomereczeem, die met name voorkomt bij uit IJsland geïmporteerde paarden. Voor ontwormen en voor inenting tegen tetanus en influenza gelden dezelfde uitgangspunten als bij andere paardenrassen.

De ouderdom
De IJslander is laatrijp, maar daar staat tegenover dat hij het werken lang volhoudt. In de regel kunnen IJslanders tot hun 25e worden bereden. Op het WK in 1995 won de 20-jarige ruin Baldur de telgangrace in 22,1 seconden! Een leeftijd van 30+ is geen uitzondering.
Veelzijdigheid in gebruik
De IJslander is een veelzijdig paard. Slechts een klein deel van de circa 1500 stamboekleden zoekt geregeld de competitie. Een meerderheid van de IJslanderliefhebbers bezoekt de wedstrijden zonder paard en is zielstevreden met ontspannende ritten door de natuur. De IJslander is geschikt om heerlijk mee te ontspannen. De meeste IJslanders laten zich zowel in een groep als alleen plezierig rijden, zijn in het algemeen niet schrikachtig van aard en zijn dus gemakkelijk in het verkeer en in voor hen vreemde situaties.
De belangrijkste pre is toch wel die comfortabele tölt! Er zijn ruiters met rugklachten die het paardrijden hadden moeten opgeven als ze de IJslander niet hadden ontdekt. Vaak moet wel een beetje aan die tölt gewerkt worden. De meeste IJslanders neigen naar draf (diagonale tölt) of naar telgang (laterale tölt). Juist een taktzuivere tölt vormt een ontspannende uitdaging voor veel vrijetijdsruiters. Tijdens het geconcentreerde spel van aanvoelen, anticiperen en inwerken is er eenvoudigweg geen tijd meer voor ‘de dingen van alledag’.
Voor gangenles zijn binnen Nederland diverse instructeurs die zich op IJslanders toeleggen. Er zijn speciale IJslandermaneges voor wekelijkse lessen en er worden door het hele land week- of weekendcursussen georganiseerd. Hierbij ligt de nadruk op de extra gangen, maar de dressuur blijft de basis van het rijden van de gangen en het beheersen van het paard in het algemeen.

IJslanders laten zich makkelijk rijden door vele soorten terrein, zelfs op een hard bevroren bodem. Dit nodigt natuurlijk uit tot het maken van gezamenlijke winterse buitenritten. Als de ruiters zich halfweg opwarmen in een uitspanning, wachten de paarden gelaten in de buitenlucht, zonder kou te vatten. Op IJsland zijn ze daar immers al eeuwenlang op beproefd.
Hoewel IJslanders niet specifiek als trekpaard zijn gefokt, kunnen ze prima worden ingespannen voor de wagen, de sulky of de slee.
IJslanders zijn bij uitstek geschikt voor langeafstandsritten en vakantietrektochten. Uiteraard moet daar training en voorbereiding aan voorafgaan, maar de comfortabele zit, het makkelijke karakter en de oneindige looplust van het IJslandse paard bieden de ruiter een ontspannende inspanning. IJslanders laten zich gemakkelijk als handpaard meenemen. Zo heb je altijd een ‘verversing’ bij je, die ook nog eens je slaapzak draagt.
Wie enthousiast geworden is over dit paard en besluit er een te kopen, moet er rekening mee houden dat een IJslander niet goedkoop is in aanschaf. Een redelijk rijpaard (uiteraard met stamboekpapieren) kost al gauw tussen de 3.500 en 4.500 euro, terwijl voor een goed fok- of wedstrijdpaard dat zich bewezen heeft gemakkelijk 5.000 euro of meer betaald moet worden. Hier staat tegenover dat een IJslander een hoge leeftijd kan bereiken en goedkoop is in onderhoud. Het enige échte minpunt is de IJslanderitis, want deze ziekte slaat ongetwijfeld bij de eigenaar toe. Een IJslanderbezitter kan zich zelden beperken tot één exemplaar…








