Het is spektakel op Zuid
Zuid is het IJslanderevenement dat je niet wilt missen
Wedstrijdsport met IJslandse paarden
In IJslanderwedstrijden staan de gangen centraal, maar er zijn ook dressuurproeven tot M-niveau. IJslanders blinken in de regel niet uit in het springen, hoewel dit onderdeel op sommige wedstrijden wordt opgenomen in een lichte cross of steeplechase. Verder zijn er de galopren, drafren en menproef en allerlei speelse onderdelen waarbij het op behendigheid aankomt. Een typisch IJslands onderdeel is het handpaardrijden. Hierbij moet de ruiter met een tweede paard aan de hand verschillende figuren en gangen rijden.
De gangenproeven worden verreden op ovaalbaan van 250 meter en zijn onderverdeeld in twee klassen: licht en zwaar.
In de lichte klasse rijden jeugd- en recreatieruiters. Er zijn telkens drie ruiters in de baan.
De zware klasse, ook sportklasse genoemd, wordt volgens strengere normen gejureerd. Er zijn sportproeven met drie combinaties in de baan voor (nog) onervaren sportruiters of voor sportruiters met jonge paarden. De zware proeven met telkens één combinatie in de baan vormen de topsport. Alleen binnen deze klasse vindt de WK-selectie plaats.
In de finales rijden per proef de vijf hoogst geplaatste combinaties tegelijk in de baan. Speciaal opgeleide juryleden beoordelen individueel de afzonderlijke gangen op taktzuiverheid, regelmaat en uitstraling. Ook een ‘gedragen’ gang, ruime bewegingen en hoge beenactie worden gewaardeerd. Er worden cijfers gegeven van 0 (gang niet getoond) tot 10, hoewel dit laatste slechts bij uitzondering voorkomt.
De proeven worden aan geduid met letters.
T staat voor töltproef.
Hierbij moeten de ruiters de tölt in verschillende tempi tonen, afhankelijk van de klasse het langzame, dansende arbeidstempo als de “spetterende” snelle tempo.
V staat voor viergangenproef.
Hier worden de drie basisgangen gereden, plus de tölt.
F staat voor vijfgangenproef.
In deze proef komt de rentelgang erbij. Die hoeft alleen op de lange zijde van de baan te worden getoond, omdat het gaat om een laterale beweging. Het paard draagt zich telkens op het linker-, of rechterbenenpaar, wat in de bochten onmogelijk zou zijn.
P staat voor de specifieke telgang-onderdelen.
Deze worden verreden op een lange, rechte met uitloop. In de telgangproef gaat het erom dat het paard een mooie overgang naar rentelgang maakt, zuiver en snel telgangt en daarna rustig terug te nemen is.
Bij de telgangrennen wordt er puur op snelheid gereden. Er rijden twee of meer ruiters naast elkaar en men start vanuit stilstand. De eerste 50 meter is de gang nog vrij, daarna moeten de paarden in telgang “liggen” en blijven tot de finish. Er zijn telgangraces over 150 en 250 meter. Het record op de 250 meter is momenteel 21,4 seconden.
IJsland zelf speelt in de wedstrijdsport een aparte rol. Op het eiland geldt een invoerverbod voor paarden. Buitenlandse ruiters kunnen nooit op paarden van buiten IJsland meerijden. Omgekeerd kunnen IJslandse ruiters die IJslandse IJslanders op internationale wedstrijden uitbrengen, deze paarden nooit mee terugnemen. Veel IJslandse topruiters stallen hun paarden daarom op het vaste land of verkopen hun dier na een groot kampioenschap. Eénmaal in de twee jaar wordt op IJslans de Landsmót gehouden, volgens de IJslandse ruiters nog steeds de belangrijkste wedstrijd met IJslandse paarden. De paarden die daar worden uitgebracht vormen het neusje van de zalm.








