de baandienst

Wie zorgen ervoor dat de wedstrijd gladjes verloopt? Hier het woord aan Dester van Nunen van de baandienst.

Naast IJslandse paarden zien we ook regelmatig een tractor en een wals voorbij rijden op de wedstrijdbaan. Deze brengt en houdt tijdens de sleeppauzes de baan in zo goed mogelijke staat. De tractor gaat als eerste de baan in en zijn taak is om de sporen zo goed mogelijk uit te wissen en het zand zo goed mogelijk te verdelen voordat de wals erover gaat.

Dester van Nunen vertelt: “Zeker op regenachtige dagen is het goed opletten met de sleep. Doordat de toplaag losser ligt, sleep je al snel te veel zand uit de baan. De sleep stellen we dan vaak in het begin wat hoger in, zodat we zoveel mogelijk zand in de baan laten liggen. Ook is het belangrijk om voldoende vaart te maken om de buitenkant van de baan goed mee te pakken. Daar rijden de meeste mensen. Tegelijkertijd moeten we niet zoveel vaart maken dat we de omheining raken. Door plassen water slepen we niet, want dan maken we met de tractor nog diepere sporen in de baan.”

“Als de sleep het voorwerk heeft gedaan komt het walsen. Hierbij is het vooral van belang om rustig te rijden, zodat de wals genoeg tijd krijgt om druk uit te oefenen op de bodem. Als je te snel rijdt, krijg je al snel kleine heuveltjes. Daarnaast moet je voldoende water over de wals laten lopen, als deze te droog wordt kun je plakken meetrekken.”

(door Kristel Spanjers)